Meer dan een derde van het kantoorpersoneel wil geen gebruikmaken van videoconferencing-faciliteiten vanwege cameravrees.
Dat blijkt uit onderzoek van IT-dienstverlener Damovo. Het percentage dat bang is voor videoconferencing (39 procent) is opmerkelijk hoog. Eén op de tien durft niet voor een camera te spreken omdat het bij hen associaties oproept met spreken voor een publiek.
Van degenen die geen problemen heeft met videoconferencing, zegt 19 procent dat hun werkomgeving (thuis of onderweg) niet geschikt is voor video.
Desondanks denkt bijna tweederde (63 procent) dat ze sneller geneigd zijn om actie te ondernemen na een conversatie tijdens een videoconference dan na het ontvangen van een e-mail met dezelfde opdracht of informatie.
Bron: www.cio.nl
Speciale ruimte
“Er bestaat nog steeds het idee dat een videogesprek, of het nu gaat om een gesprek met meerdere deelnemers of om een gesprek tussen twee personen, in een speciale ruimte met allerhande apparatuur moet plaatsvinden op het werk”, zegt Alex Donelly, portfolio-manager bij Damovo.
“Maar videoconferencing is nu mogelijk aan het bureau van de werknemer of bij de werknemer thuis. Als hij maar beschikt over een camera met ingebouwde microfoon en een breedbandverbinding. Video is niet meer zo duur als het ooit was, en zou idealiter moeten worden gebruikt als een extensie op bestaande communicatiemiddelen.”
Volgens Donelly moeten organisaties meer doen om hun werknemers over te halen om gebruik te maken van de nieuwe communicatiemiddelen. Ze moeten het gaan beschouwen als “een telefoongesprek of als een gesprek aan het bureau”, vindt hij.
Skype
Van de ondervraagden zegt 88 procent wel eens gebruik te hebben gemaakt van de videofunctie van Skype om met vrienden te spreken.
Het onderzoek laat ook zien dat 69 procent van de respondenten het idee heeft dat online communicatie ten koste gaat van de voordelen van directe communicatie, zoals het herkennen van gezichtsuitdrukkingen.
.